Wij zijn telefonisch bereikbaar op +31 20 442 1170

  • Home
  • Diensten
    • Online boekhouding
    • Belastingaangiften
    • Salarisadministratie
    • Jaarrekeningen
    • Basisadministratie
    • Starterspakket MKB
    • Financiële rapportages
    • Werken bij jou op locatie
  • Abonnementen
    • Brons
    • Zilver
    • Goud
    • Platinum
  • Over ons
  • Nieuws
  • Contact
  • Jouw dashboard
Nieuws & Tips die Tijd & Geld opleveren
Prinsjesdag 2026: fiscale voorstellen per 1 januari 2027

Prinsjesdag 2026: fiscale voorstellen per 1 januari 2027

20 sep

De maatregelen van het Belastingplan staan in verschillende wetsvoorstellen. De Tweede en Eerste Kamer moeten de wetsvoorstellen nog goedkeuren. Ze stemmen er in november en december over. Maar zoals u begrijpt, is de kans zeer groot dat er wijzigingen in de plannen komen. Wat zijn de belangrijkste voorstellen van het kabinet die op 1 januari 2027 moeten ingaan?

Verlaging overdrachtsbelasting woningen
Het kabinet wil de overdrachtsbelasting verlagen bij de aankoop van een woning waar de koper niet zelf in gaat wonen. Op 1 januari 2027 gaat deze overdrachtsbelasting dan van 8% naar 7%. Het gaat bijvoorbeeld om een woning die de koper gaat verhuren.

Afschaffen belastingvrije personeelskorting
Werkgevers kunnen hun personeel ieder jaar maximaal € 500 aan personeelskorting geven op eigen producten. Een supermarkt kan werknemers bijvoorbeeld korting geven op boodschappen. Met een maximum van 20% korting per keer.

Het kabinet stelt voor om deze belastingvrijstelling voor korting op producten uit het eigen bedrijf per 1 januari 2027 af te schaffen. Werkgevers kunnen hun personeel dan nog wel belastingvrije korting geven op eigen producten. Zij kunnen hiervoor de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) gebruiken. Werkgevers hoeven na de afschaffing van de belastingvrije personeelskorting geen aparte maximumbedragen meer bij te houden. Dit maakt de administratie makkelijker.

Bevriezen maximuminkomen voor pensioenopbouw
Het kabinet wil dat het maximuminkomen tot waar mensen fiscaal aantrekkelijk pensioen opbouwen (de aftoppingsgrens) zes jaar lang – van 2027 tot en met 2032 – hetzelfde blijft. Die grens groeit dan niet mee met de loonontwikkeling. De aftoppingsgrens blijft € 137.800. In 2027 hebben ongeveer 280.000 mensen met de aftoppingsgrens te maken. Omdat de lonen doorstijgen, loopt dit aantal op tot ongeveer 790.000 mensen in 2032.

Lagere belasting op aandelenopties start-ups en scale-ups
Heeft u een start-up of scale-up? U kunt uw werknemers met ingang van 2027 makkelijker belonen met aandelenopties. Met aandelenopties kunnen werknemers financieel meegroeien met uw bedrijf. Als de aandelen na een tijd meer waard zijn, kunnen zij die nog steeds kopen voor het oorspronkelijke bedrag.

Een start-up of scale-up is een bedrijf dat bijvoorbeeld:

  • gericht is op snelle groei
  • een verdienmodel heeft dat makkelijk kan groeien
  • vernieuwende producten, diensten, processen of technologieën ontwikkelt of verbetert.

De belastingregels veranderen voor aandelen in start-ups en scale-ups en voor het geven van aandelenopties. De belangrijkste veranderingen zijn:

  • Lagere belasting op aandelenopties: Uw werknemers betalen minder belasting over aandelenopties. Straks telt een kleiner deel van het voordeel uit aandelenopties mee voor de belasting. Dit maakt aandelenopties aantrekkelijker.
  • Belasting op z’n laatst betalen bij verkoop: Uw werknemers betalen op z’n laatst pas belasting als zij de aandelen uit de aandelenoptierechten verkopen. Dit geeft (oud-)werknemers meer financiële ruimte.

Wilt u gebruikmaken van de nieuwe regels voor aandelenopties? Dan moet uw bedrijf erkend zijn als start-up of scale-up. Hiervoor gelden specifieke voorwaarden. U vraagt hiervoor een beoordeling aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Voldoet uw bedrijf niet meer aan de voorwaarden? Dan moet u dit melden bij RVO.

Meewerkaftrek wordt minder en verdwijnt daarna
De meewerkaftrek gaat met 75% omlaag per 1 januari 2027. De meewerkaftrek stopt helemaal in 2030. U kunt de meewerkaftrek (onder voorwaarden) gebruiken als uw fiscale partner meewerkt in uw onderneming. U betaalt dan minder belasting over uw winst. Hoe hoog de meewerkaftrek is, heeft te maken met uw winst en het aantal uren dat uw fiscale partner meewerkt.

De verlaging van de meewerkaftrek ziet er zo uit:

  • 525-875 meegewerkte uren: meewerkaftrek is nu 1,25% van de winst, vanaf 2027 is dat 0,313% 
  • 875 – 1.225 meegewerkte uren: meewerkaftrek is nu 2% van de winst, vanaf 2027 is dat 0,5% 
  • 225 – 1.750 meegewerkte uren: meewerkaftrek is nu 3% van de winst, vanaf 2027 is dat 0,75% 
  • 1.750 of meer meegewerkte uren: meewerkaftrek is nu 4% van de winst, vanaf 2027 is dat 1%. 

Stakingsaftrek wordt minder en verdwijnt daarna
Als u stopt met uw onderneming (bijvoorbeeld door verkoop), dan kunt u daardoor stakingswinst hebben. U moet belasting betalen over deze stakingswinst. U kunt dan de stakingsaftrek gebruiken. Zo betaalt u minder belasting over de stakingswinst. De stakingsaftrek gaat per 1 januari 2027 omlaag van € 3.630 naar € 908. In 2030 stopt de stakingsaftrek helemaal. 

Startersaftrek gaat omlaag en verdwijnt
Bent u startende ondernemer en hebt u recht op startersaftrek? Per 1 januari 2027 daalt de startersaftrek van € 2.123 naar € 10. Vanaf 1 januari 2028 bestaat de startersaftrek niet meer. Er is geen speciale regeling voor ondernemers die al een onderneming zijn gestart. Ook voor hen daalt de startersaftrek in 2027 en verdwijnt die in 2028.

Zelfstandigenaftrek verder omlaag
Heeft u recht op zelfstandigenaftrek? Het bedrag dat u mag aftrekken van uw winst wordt lager. In 2025 was de zelfstandigenaftrek nog € 2.470 en in 2026 is dat: € 1.200. In 2027 wordt de zelfstandigenaftrek verder afgebouwd naar € 900.

Maximum forfait innovatiebox gaat omhoog naar € 100.000
Heeft uw BV zelf innovaties ontwikkeld? Dan kunt u met de innovatiebox mogelijk belastingvoordeel krijgen over de winst uit deze innovaties. De innovatiebox is een fiscale regeling binnen de vennootschapsbelasting.

U kunt nu in bepaalde situaties de voordelen uit uw innovaties berekenen met een vast percentage (de forfaitaire regeling). U hoeft dan niet precies te berekenen welk voordeel de zelf ontwikkelde innovaties uw bedrijf opleveren. U mag voor dit voordeel uitgaan van 25% van de winst, met op dit moment een maximum van € 25.000.

Het kabinet wil het maximum forfait van de innovatiebox verhogen van € 25.000 naar € 100.000. Hierdoor kunt u meer belastingvoordeel krijgen via de innovatiebox.

Verlengen korting op accijns voor benzine en diesel
Het kabinet wil de huidige accijnsverlaging op benzine en diesel met 1 jaar verlengen tot eind 2027. In 2027 wordt het tarief van de benzineaccijns door de korting ongeveer € 0,85 per liter. Het tarief van de dieselaccijns wordt ongeveer € 0,55 per liter. Zonder de verlenging van de korting zou dat ongeveer € 1,03 voor benzine en € 0,67 voor diesel zijn. In 2028 gaat de korting omlaag. Vanaf 1 januari 2029 is er geen korting meer op de brandstofprijs.

Hogere bijtelling voor oude zakelijke auto (youngtimer)
Heeft u een oudere zakelijke auto (16 jaar of ouder) en gebruikt u de  youngtimerregeling? De leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling gaat veranderen:

  • vanaf 1 januari 2027 geldt de regeling voor auto’s vanaf 17 jaar (in 2026 is dat vanaf 16 jaar) 
  • vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling voor auto’s vanaf 20 jaar

De eerdere verhoging van leeftijd naar 25 jaar gaat niet door. Het kabinet bouwt de regeling geleidelijk af, zodat autobedrijven en ondernemers minder plotseling geraakt worden door stijgende kosten.

Met de youngtimerregeling geldt er voor oudere auto’s (youngtimers) een bijtellingspercentage van 35% over de waarde in het economisch verkeer (dagwaarde). Voor auto’s die geen youngtimer zijn, geldt een bijtellingspercentage van 22% of 25% (afhankelijk van de exacte leeftijd) over de cataloguswaarde. De bijtelling op basis van de dagwaarde is bij een youngtimer over het algemeen lager dan de bijtelling over de cataloguswaarde.

Als uw auto niet meer onder de regeling valt door de nieuwe leeftijdsgrens, dan betaalt u over het algemeen een hogere bijtelling. 

De wijziging van de youngtimerregeling gaat naar verwachting in vanaf 1 januari 2027. Voor auto’s die al voor 2026 door dezelfde persoon werden gebruikt en die in 2027 17 jaar worden geldt overgangsrecht. Voor deze auto’s kan heel 2027 de youngtimerregeling worden toegepast.

Let op: De onbelaste reiskostenvergoeding is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Dat is nu in een wetsvoorstel vastgelegd.

Thuiswerkdrempel bij wonen of werken in Duitsland

Thuiswerkdrempel bij wonen of werken in Duitsland

17 sep

Met ingang van 1 januari 2026 kent het belastingverdrag Nederland-Duitsland een zogenoemde thuiswerkregeling. Een werknemer kan in een kalenderjaar maximaal 34 dagen thuiswerken zonder dat dit gevolgen heeft voor de heffingsrechten van Duitsland en Nederland over zijn inkomen. Een kennisgroep van de Belastingdienst heeft hierover enkele praktijkvragen beantwoord.

Drempelregeling
Het gaat om drempelregelingen. Zodra de drempel van 34 dagen wordt overschreden, gelden de gebruikelijke toewijsregels voor het totale arbeidspatroon in het betreffende jaar. Een dag telt mee als op die dag ten minste 30 minuten in de woonstaat of derde staat wordt gewerkt. De 34-dagen drempel (hierna: de drempel) heeft tot enkele vragen geleid. We behandelen er drie. Alle vragen gaan over een inwoner van Duitsland die in Nederland werkt, de antwoorden gelden echter ook in een spiegelbeeldsituatie.

Vraag 1
Een werknemer werkt voor meerdere Nederlandse private werkgevers deels (thuis) in Duitsland. Geldt de drempel per werknemer (belastingplichtige) of per dienstbetrekking?

De drempel geldt per werknemer (belastingplichtige). Alle werkdagen in Duitsland worden opgeteld om te bepalen of het er 34 of meer zijn. Het maakt daarbij geen verschil of er gelijktijdig voor meerdere werkgevers (in deeltijd) wordt gewerkt, of dat er volgtijdig voor verschillende werkgevers wordt gewerkt.

Vraag 2
Een werknemer werkt voor een Nederlandse private werkgever minder dan 34 dagen (thuis) in Duitsland. Daarnaast werkt hij ook voor een Duitse private werkgever uitsluitend in Duitsland. Tellen dagen waarop enkel voor de Duitse werkgever wordt gewerkt mee voor de drempel?

Nee, de dagen waarop enkel gewerkt wordt voor de Duitse werkgever tellen niet mee voor de drempel.

Vraag 3
Een werknemer werkt voor een Nederlandse werkgever en werkt incidenteel op locatie in Duitsland (bijvoorbeeld als gevolg van congresbezoek of een kortdurende detachering). Tellen de op locatie (dus niet thuis) gewerkte dagen mee voor de drempel?

Ja, ook de dagen die op locatie in Duitsland worden gewerkt tellen mee voor de drempel.

Let op: In deze tijd van flexibel werken en afstandswerk is vaak niet eenvoudig vast te stellen waar, wanneer en hoe lang een werknemer voor de werkgever heeft gewerkt. Vanwege de grote fiscale en sociale verzekeringstechnische gevolgen is exacte vastlegging hiervan toch belangrijk.

Een landgoed in de erf- of schenkbelasting

Een landgoed in de erf- of schenkbelasting

12 sep

De Belastingdienst ontvangt regelmatig aangiften erf- of schenkbelasting waarin een landgoed met een rangschikking volgens de Natuurschoonwet 1928 (NSW) wordt verkregen. Bij de behandeling van deze aangiften komen vaak dezelfde vragen en aandachtspunten naar voren. Wat zijn de belangrijkste punten waarop u zich kunt voorbereiden?

Bij een schenking of erfrechtelijke verkrijging van een NSW-landgoed gaat het in de aangifte om twee waarden: de waarde in het economisch verkeer en de bestemmingswaarde.

Waarde in het economisch verkeer en bestemmingswaarde
De waarde in het economisch verkeer is het hoogste bedrag dat een koper onder de meest gunstige omstandigheden voor het landgoed zou betalen op de datum van overlijden of schenking. Daarbij gaat het om de opstallen en de landerijen.

De bestemmingswaarde is de waarde in het economisch verkeer, verminderd met de kosten die voortvloeien uit de verplichting om het landgoed minimaal 25 jaar in stand te houden. Bij een opengesteld landgoed hoeft de bestemmingswaarde niet in de aangifte te worden opgenomen.

Waardering van het landgoed
Voor de waardering van het landgoed is de waarde in het economisch verkeer het uitgangspunt. Voor woningen op het landgoed geldt de WOZ-waarde.

Is het landgoed opengesteld voor publiek? Dan blijft de belasting die toerekenbaar is aan de waarde in het economisch verkeer van het landgoed onder voorwaarden gedurende 25 jaar buiten invordering voor de verkrijger van het landgoed.

Bestemmingswaarde alleen relevant bij niet-opengestelde landgoederen
Bij een schenking of erfrechtelijke verkrijging van een niet-opengesteld landgoed is de bestemmingswaarde van belang voor de berekening van de NSW-faciliteit.

Over de helft van de bestemmingswaarde is direct erf- of schenkbelasting verschuldigd. Het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer en de helft van de bestemmingswaarde blijft onder voorwaarden gedurende 25 jaar buiten invordering.

Erf, tuin en aanhorigheden apart waarderen
Bij de behandeling van aangiften blijkt regelmatig dat het erf, de tuin en andere aanhorigheden bij een woning op het landgoed niet afzonderlijk zijn gewaardeerd. Voor de WOZ-waarde geldt hiervoor een vrijstelling. Deze vrijstelling geldt echter niet voor de erf- en schenkbelasting. Laat deze onderdelen daarom ook taxeren. Neem de getaxeerde waarde vervolgens op bij de waarde in het economisch verkeer van de opstallen.

Woning op een NSW-landgoed
Bij een woning op een NSW-landgoed is de WOZ-waarde gelijk aan de bestemmingswaarde. Daarbij maakt het niet uit of het landgoed wel of niet is opengesteld voor publiek. Is het landgoed opengesteld voor publiek? Dan hoeft u de bestemmingswaarde niet in te vullen in de aangifte erf- of schenkbelasting.

Geef wel de waarde in het economisch verkeer aan van het opengestelde landgoed. En vergeet dus niet het erf, de tuin en aanhorigheden te laten taxeren.

Tip: Het bezit van een landgoed biedt fiscale voordelen. Een brochure hierover vindt u hier. De wijzigingsvoorstellen rond box 3 hebben echter ook gevolgen voor landgoederen.

Gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2027 bekend

Gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet 2027 bekend

10 sep

Het gemiddelde premieniveau van de WGA stijgt van 0,96% naar 1,07% in 2027. De maximumpremie WGA is 4,28% en de minimumpremie 0,26%. Het gemiddelde percentage voor de Ziektewet in 2027 is vastgesteld op 0,60%. In 2026 was dit 0,56%. De maximumpremie voor de Ziektewet is 2,40% en de minimumpremie 0,15%. Voor werkgevers in sector 52 ‘Uitzendbedrijven’ geldt een afwijkende maximumpremie van 5,96%.

Kleine, middelgrote en grote werkgever
Voor 2027 gelden de volgende grenzen voor de berekening van de gedifferentieerde premie:

  • gemiddeld premieplichtig loon is € 45.400
  • grens kleine/middelgrote werkgever is € 1.135.000
  • grens middelgrote/grote werkgever is € 4.540.000

Beschikkingen Belastingdienst
De Belastingdienst stuurt eind 2026 elke grote en middelgrote werkgever een beschikking met de individueel gedifferentieerde premies. Elke kleine werkgever ontvangt een mededeling met de sectorale premies. Voor eigenrisicodragers zijn deze premies nihil.

Premie Whk 2027 berekenen
Op de internetsite van UWV vindt u de Premiewijzer gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2027. Met deze rekenhulp berekent u snel de gedifferentieerde premies WGA en ZW-flex voor 2027. Wilt u in 2027 eigenrisicodrager worden of blijven? Dan betaalt u geen premie.

Geef wijziging eigen risico dragen op tijd door
Wilt u starten of stoppen als eigenrisicodrager? Geef dit dan door aan de Belastingdienst. Op belastingdienst.nl vindt u het formulier voor de Ziektewet en het formulier voor de WGA. Als u vanaf 1 januari 2027 eigenrisicodrager wilt worden, dan moet u dit uiterlijk op 1 oktober 2026 doorgeven.

Tip: Wilt u de oorzaken voor de stijgingen van de verschillende premies weten? Dat leest u in het bericht WGA-premie en Ziektewet-premie stijgen in 2027 op de internetsite van UWV.

Woonboerderij met schuur, paardenbak en weiland: 10,4% of 2% overdrachtsbelasting?

Woonboerderij met schuur, paardenbak en weiland: 10,4% of 2% overdrachtsbelasting?

6 sep

Koopt u een woning met bijvoorbeeld een grote schuur, paardenbak of weiland? Dan betaalt u over de woning 2% overdrachtsbelasting als u in de woning gaat wonen. Maar hoe zit het met de schuur, paardenbak en het weiland? Horen die bij de woning of geldt daarvoor het tarief van 10,4%? Hoe oordeelt de rechter?

In de zaak kocht een stel een voormalige agrarische locatie met een woning, een grote schuur, een paardenbak en weiland. De Belastingdienst vond dat alleen de woning onder het 2%-tarief viel. Over de overige onderdelen zou het algemene tarief van 10,4% moeten worden betaald.

De rechter kijkt vooral naar de feitelijke situatie en het gebruik bij de aankoop. De verschillende onderdelen vormen volgens de rechter één geheel met de woning. De schuur werd privé gebruikt voor onder meer de paarden, terwijl de paardenbak en het weiland eveneens een functie hadden bij het wonen en hobbymatig houden van paarden.

Dat de schuur vroeger voor agrarische bedrijfsactiviteiten was gebruikt en aanzienlijk groter was dan de woning, maakt volgens de rechter niet dat deze geen aanhorigheid kon zijn. Ook een afzonderlijk kadastraal perceel hoeft daarvoor geen belemmering te zijn.

De rechter concludeert dat de schuur, paardenbak én het weiland als aanhorigheden bij de woning kunnen worden aangemerkt. Daardoor is over de volledige verkrijging het 2%-tarief van toepassing.

Tip: Koopt u een woning met extra grond, een schuur, garage, stal of andere bijbehorende voorzieningen? Laat dan vóór de aankoop beoordelen of deze onderdelen fiscaal als aanhorigheid kunnen worden aangemerkt. Bij een aanzienlijke koopsom loopt het verschil tussen 2% en 10,4% flink op.

Bevallingskosten als zorgkosten aftrekbaar?

Bevallingskosten als zorgkosten aftrekbaar?

3 sep

Een particulier heeft in zijn aangifte ruim € 1.100 specifieke zorgkosten afgetrokken die betrekking hebben op de bevallingskosten van zijn vrouw. Hun zoon is op de Filippijnen geboren. De Belastingdienst corrigeert de aftrek. Hoe oordeelt de rechter?

Uitgaven voor specifieke zorgkosten
Op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 kunnen uitgaven voor specifieke zorgkosten als persoonsgebonden aftrek in aanmerking worden genomen als deze op de belastingplichtige hebben gedrukt. In de wet is opgesomd welke uitgaven als specifieke zorgkosten zijn aan te merken. Onder specifieke zorgkosten vallen onder meer uitgaven voor genees- en heelkundige hulp en geneesmiddelen.

De particulier heeft diverse afschriften van rekeningen die samenhangen met de geboorte van zijn zoon overgelegd. De facturen zijn onder meer van een gynaecoloog en een kinderarts. Hij heeft ook kosten van gezinshulp in aftrek genomen.

Oordeel rechter
De particulier heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van extra kosten van gezinshulp als bedoeld in de wet. Het gaat hier uitsluitend om kosten die samenhangen met de bevalling en die kosten zijn niet aftrekbaar als ziektekosten. Dit is uitdrukkelijk zo aangegeven in de parlementaire toelichting bij de totstandkoming van de wetgeving.

Deze kosten kunnen niet als specifieke zorgkosten in aftrek worden genomen.

Let op: Het kabinet is voornemens om de aftrek specifieke zorgkosten per 2028 helemaal af te schaffen.

Vergoeding ERE-certificaten opladen elektrische auto van de zaak

Vergoeding ERE-certificaten opladen elektrische auto van de zaak

29 aug

Vanaf 2026 kunnen particulieren met een elektrische auto onder bepaalde voorwaarden een vergoeding ontvangen voor de stroom die zij thuis via hun eigen laadpaal laden. Dit gebeurt via zogenoemde ERE-certificaten (Emissiereductie-eenheden), die aantonen dat er CO₂-uitstoot is bespaard. Werknemers die hun elektrische auto van de zaak thuis opladen, kunnen voor die geladen stroom ook een vergoeding voor de ERE-certificaten krijgen. Is dat belast loon?

Toelichting
De vergoeding voor de ERE-certificaten wordt betaald door bedrijven die fossiele brandstoffen verkopen. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het aantal geladen kilowatturen (hierna: kWh) en de marktwaarde van de certificaten.

Vergoeding belast loon?
Werknemers die hun elektrische auto van de zaak thuis opladen, kunnen voor die geladen stroom ook een vergoeding voor de ERE-certificaten krijgen. Is dat belast loon?

Hierover heeft een kennisgroep van de Belastingdienst een standpunt gepubliceerd: de vergoeding vormt geen belast loon.

Waarom geen belast loon?
Het loonbegrip laat zich samenvatten in de volgende drie voorwaarden:

  • Er is sprake van genieten (voordeelseis).
  • Er is voldoende causaal verband tussen het voordeel en de dienstbetrekking (causaliteitseis).
  • De werkgever verstrekt het voordeel en is zich daarvan bewust (verstrekkingseis).

Er is geen sprake van loon van de werkgever (hierna: werkgeversloon) als aan één van de drie voorwaarden niet is voldaan. In het geval van werkgeversloon is de werkgever altijd inhoudingsplichtig.

In dit geval wordt niet voldaan aan de verstrekkingseis. Er is geen sprake van een voordeel in opdracht en voor rekening van de werkgever en het kan daarmee ook niet op één lijn worden gesteld.

Ook wordt niet voldaan aan de causaliteitseis. De vergoeding houdt onvoldoende causaal verband met de dienstbetrekking. Het voordeel behoort tot de persoonlijke sfeer van de werknemer en kan, rekening houdende met de maatschappelijke opvattingen, niet worden toegerekend aan de dienstbetrekking.

Een eventuele vergoeding van de werkgever voor de werkelijke laadkosten van de auto van de zaak behoort niet tot loonsfeer, omdat sprake is van intermediaire kosten.

Een eventuele vergoeding voor ERE-certificaten drukt hierbij de integrale kostprijs per kWh. De vergoeding voor ERE-certificaten kan wel buiten beschouwing blijven als een werkgever en een werknemer afspraken maken over doorlevering van energie onder zakelijke en dus marktconforme voorwaarden. Immers, daarvoor is bepalend de prijs op de energiemarkt op het moment van maken van de afspraken tussen partijen.

Ook geen loon van derden
Als een voordeel niet als werkgeversloon kan worden aangemerkt, kan toch sprake zijn van loon, namelijk in het geval van fooien en dergelijke prestaties van derden, ook wel loon van derden genoemd. Voordelen van derden vormen loon uit dienstbetrekking als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

  • Er is sprake van genieten (voordeelseis).
  • Het voordeel vormt een beloning voor hetgeen de werknemer heeft gedaan of verwacht wordt te zullen doen (finaliteitseis).

Er is geen sprake van loon van derden als aan één van de twee voorwaarden niet is voldaan.

Voor de finaliteitseis is een nauwere relatie vereist met de dienstbetrekking dan op grond van het causaliteitscriterium. Het voordeel moet een tegenprestatie zijn voor werkzaamheden die de werknemer in zijn hoedanigheid van werknemer heeft verricht voor de werkgever of voor de derde.

De vergoeding in dit geval voldoet niet aan de finaliteitseis. Er is geen sprake van een beloning voor werkzaamheden die de werknemer voor de werkgever of de derde heeft verricht in de uitoefening van zijn dienstbetrekking. Het is geen tegenprestatie voor werkzaamheden, die de ontvanger in zijn hoedanigheid van werknemer heeft verricht. Het opladen van de auto van de zaak is geen werkzaamheid en de werknemer doet dit niet in zijn hoedanigheid van werknemer, maar als particuliere gebruiker van het stroomnet.

Vastzitten in lift leidt tot naheffing overdrachtsbelasting

Vastzitten in lift leidt tot naheffing overdrachtsbelasting

27 aug

Een man koopt een appartement met toepassing van het 2%-tarief overdrachtsbelasting voor de eigen woning. Een dag na de levering komt hij vast te zitten in de lift. Een aanval van claustrofobie leidt tot het besluit de woning zo snel mogelijk te verkopen. De Belastingdienst legt vervolgens een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op met een bijheffing van 8,4% van de koopsom van de woning. Terecht?

Standpunt man
Het verlaagde tarief van 2% is en blijft van toepassing. Er is sprake van onvoorziene omstandigheden, waardoor hij de woning redelijkerwijs niet als hoofdverblijf kon gebruiken. Hij is slecht ter been en heeft grote moeite met traplopen. Daarom was hij aangewezen op de lift. De dag na de levering van het appartement is hij voor enige tijd in de lift vast komen te zitten. Wegens bij hem bestaande claustrofobie heeft hij dit voorval ervaren als zeer traumatisch.

Standpunt Belastingdienst
Volgens de Belastingdienst is geen sprake van onvoorziene omstandigheden en is het algemene tarief (10,4%) van toepassing. De lift was namelijk ten tijde van de aankoop al aanwezig. Daarnaast was de lift goed onderhouden, gekeurd en dienstbaar aan alle bewoners van het appartementencomplex. Bovendien is de Vereniging van Eigenaren niet bekend met incidenten of meldingen in de afgelopen jaren ter zake van de lift.

Oordeel rechter
Onvoorziene omstandigheden kunnen ertoe leiden dat de koper van een woning redelijkerwijs niet in staat is deze woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Als dit het geval is, wordt hij geacht de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te hebben gebruikt. In dat geval is het verlaagde tarief van 2% van toepassing.

Nu de Belastingdienst betwist dat sprake is van onvoorziene omstandigheden, ligt de bewijslast daarvan bij de man

De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van onvoorziene omstandigheden. De liften waren op het moment van de koop aanwezig. Het ontstaan van een tijdelijke storing of blokkering daarvan is inherent aan het gebruik van een lift. Dat de man is vast komen te zitten in de lift, hoe vervelend ook, vormt dus geen bijzondere omstandigheid. Ook niet in het licht van de bij hem aanwezige claustrofobie. Deze omstandigheden brengen los van elkaar noch in samenhang bezien niet met zich dat hij redelijkerwijs niet in staat was om de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gebruiken. Hier komt ook nog bij dat niet aannemelijk is dat sprake was van structurele gebreken of onveilige situaties met de liften in het woongebouw. Het enkele feit dat bij de lift een instructiebordje voor veilig gebruik hangt, brengt niet uit zichzelf mee dat de liften gevaarlijk of ondeugdelijk zijn.

De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting is terecht opgelegd.

Let op: Een bijzondere situatie die duidelijk maakt dat aan het verlaagde tarief  voor zelfbewoning strikte voorwaarden zitten. Een onvoorziene omstandigheid na aankoop kan deze aan de kant zetten. Maar hier had de man volgens de rechter bij aankoop zelf de kleine kans op een incident met de lift aanvaard. Daarom is van een onvoorziene omstandigheid geen sprake.

Gebruikelijk loon voor werk in BV echtgenote

Gebruikelijk loon voor werk in BV echtgenote

23 aug

Bij een belastingcontrole van een BV met een handel in bier, breezers en laag alcoholische dranken  komt naar voren dat de man van de aandeelhoudster af en toe werkzaamheden voor deze BV verricht. De echtgenote zelf heeft elders een baan en doet eigenlijk niets voor haar BV. Volgens de man is zijn rol zeer beperkt, maar de Belastingdienst stelt vast dat hij wel degelijk meer doet en corrigeert zijn inkomen met het volle wettelijke fictieve loon. Hoe oordeelt de rechter?

Overwegingen rechter
Op grond van de wet geldt ten aanzien van iemand die in betekende mate arbeid verricht voor een BV waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft, dat het belastbare loon niet lager wordt gesteld dan op het uit de wet voortvloeiende bedrag. Dit geldt ongeacht of daadwerkelijk loon is ontvangen.

Vast staat dat de echtgenote aanmerkelijk-belanghouder was van de BV. Beslissend voor het geschil is daarmee of de man in betekende mate arbeid heeft verricht voor de BV. De bewijslast daarvan rust op de Belastingdienst.

Uit het rapport van het boekenonderzoek blijkt van activiteiten van de BV die noodzakelijkerwijs substantiële arbeid vergden, en voorts dat de BV geen personeel in dienst had noch anderszins werkkracht inhuurde. Tijdens de controle kon of wilde de echtgenote, ook op indringend verzoek van de Belastingdienst, niet antwoorden op vragen over het reilen en zeilen van de onderneming. Die vragen werden uiteindelijk steeds beantwoord door haar man. De echtgenote werkte op oproepbasis in de medische zorg. Van een werkkring van de man anders dan bij de BV is niet gebleken.

De man voert aan dat hij vanaf 2012 volledig is afgekeurd en een WIA-uitkering ontvangt, waardoor hij onmogelijk meer dan hand- en spandiensten heeft kunnen verrichten. Maar volgens de rechter blijkt dat laatste nergens uit. Ook blijkt nergens uit dat de echtgenote feitelijk volledig verantwoordelijk was voor de dagelijkse bedrijfsvoering.

Daarom acht de rechter aannemelijk dat de werkzaamheden die waren gemoeid met de onderneming van de BV in overwegende mate door de man werden verricht, en voorts dat deze van een zekere omvang waren.

Nu aan de voorwaarden voor het in aanmerking nemen van gebruikelijk loon wordt voldaan, blijft over de vraag naar welk bedrag dit loon moet worden vastgesteld. Anders dan de man meent, behoeft de vaststelling van het gebruikelijk loon op het normbedrag van (destijds) € 44.000 in beginsel geen nadere toets of motivering. Het volgt rechtstreeks uit de wettekst. Dat bijvoorbeeld geen formele functie is vastgesteld en geen loon is betaald aan de man doet dus niet ter zake. De Belastingdienst hoeft ook niet aan te tonen dat de BV winst heeft gemaakt. De bewijslast dat het gebruikelijk loon op een lager bedrag moet worden vastgesteld, rust volledig op de man. Maar hiervoor levert hij geen enkele onderbouwing aan.

Conclusie
Het gelijk is aan de Belastingdienst. De correctie is terecht toegepast.

Let op: Het wordt nog wel eens vergeten. Als een man in betekende mate werkzaamheden verricht voor de BV van zijn vrouw, geldt voor hem de fictief loonregeling in volle omvang.

Startersvrijstelling bij sloop en nieuwbouw woning na aankoop?

Startersvrijstelling bij sloop en nieuwbouw woning na aankoop?

20 aug

Wie een eerste woning koopt, kan mogelijk gebruikmaken van de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Maar aan die vrijstelling zijn strikte voorwaarden verbonden. Een recente uitspraak van de Belastingrechter laat zien dat een onjuiste toepassing kan leiden tot een naheffing. Waar ging het mis?

Een echtpaar kocht een woning en deed een beroep op de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Al vóór de aankoop waren de kopers van plan deze woning volledig te slopen, inclusief de fundering, om op dezelfde locatie een nieuwe woning te bouwen. Dat plan is na de overdracht ook uitgevoerd.

De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de vrijstelling toch van toepassing was, omdat de kopers de bedoeling hadden om duurzaam op dat adres te gaan wonen. Het Gerechtshof kwam echter tot een ander oordeel.

Volgens het hof moet een koper de verkregen woning daadwerkelijk anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. Daarvan was in dit geval geen sprake. De bestaande woning werd namelijk direct na de aankoop volledig gesloopt, waarna een geheel nieuwe woning werd gebouwd. De kopers zijn dus uiteindelijk niet in de aangekochte woning gaan wonen, maar in de nieuw gebouwde woning.

Het hof wees er bovendien op dat de wet wel ruimte biedt om een woning in aanbouw onder omstandigheden als woning aan te merken, bijvoorbeeld wanneer de fundering al is aangebracht. Dat betekent echter niet dat een bestaande woning die volledig wordt gesloopt, inclusief de fundering, voor de startersvrijstelling gelijk kan worden gesteld met een woning in aanbouw. Omdat de oorspronkelijke woning volledig ophield te bestaan, werd niet voldaan aan het wettelijke hoofdverblijfcriterium.

De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bleef daarom in stand. De opgelegde boete werd door het hof wel vernietigd.

Tip: Bent u van plan een woning ingrijpend te verbouwen of zelfs volledig te slopen om nieuwbouw te realiseren? Laat dan vooraf beoordelen welke gevolgen dat heeft voor de overdrachtsbelasting. De startersvrijstelling geldt alleen als u de verkregen woning daadwerkelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. Bij volledige sloop kan de Belastingdienst de vrijstelling weigeren en de verschuldigde overdrachtsbelasting alsnog naheffen.

Medische btw-vrijstelling schoonheidsspecialiste?

Medische btw-vrijstelling schoonheidsspecialiste?

15 aug

Schoonheidsspecialistes verrichten steeds vaker behandelingen die naast een cosmetisch ook een medisch karakter kunnen hebben. De Belastingdienst heeft in een nieuw kennisgroepstandpunt verduidelijkt of en wanneer voor dergelijke behandelingen de medische btw-vrijstelling kan gelden. De voorwaarden blijken strikt en vragen om een goede onderbouwing en administratie. Wanneer mag u een behandeling zonder btw factureren?

Volgens de kennisgroep omzetbelasting zijn de diensten van een schoonheidsspecialiste in beginsel belast met 21% btw, omdat deze meestal zijn gericht op uiterlijke verzorging. Alleen wanneer een behandeling kwalificeert als gezondheidskundige verzorging van de mens, kan de medische vrijstelling van toepassing zijn.

Daarvoor is niet voldoende dat een cliënt een medische klacht ervaart. Het therapeutische doel van de behandeling moet objectief worden vastgesteld door een daartoe bevoegde medische beroepsbeoefenaar, zoals een arts. Een schoonheidsspecialiste kan dit volgens de Belastingdienst niet zelfstandig beoordelen, omdat haar deskundigheid is gericht op cosmetische verzorging en niet op medische diagnostiek.

Bij behandelingen zoals laserontharing en acnétherapie geldt daarom als uitgangspunt dat deze met btw zijn belast. Alleen wanneer uit een medische diagnose blijkt dat de behandeling een therapeutisch doel dient, kan in een individueel geval de vrijstelling worden toegepast. De medische onderbouwing moet bovendien zorgvuldig in de administratie worden bewaard.

De kennisgroep noemt als voorbeeld van een behandeling die wel onder de vrijstelling kan vallen permanente make-up voor een tepelreconstructie na een borstamputatie. In zo'n situatie ligt het therapeutische karakter van de behandeling voor de hand.

Daarnaast geldt nog een belangrijke voorwaarde. De behandeling moet worden verricht op een kwaliteitsniveau dat gelijkwaardig is aan dat van een vergelijkbare behandeling door een Wet BIG-beroepsbeoefenaar. Alleen wanneer ook aan deze eis is voldaan, kan de medische btw-vrijstelling worden toegepast.

Tip: Wilt u de medische btw-vrijstelling toepassen? Controleer dan vooraf of u aan de voorwaarden voldoet. Een medische diagnose alleen is niet altijd voldoende. Zorg ook voor een goede administratieve vastlegging en beoordeel of de behandeling voldoet aan het vereiste kwaliteitsniveau. Dat kan een naheffing van 21% btw, vermeerderd met belastingrente en eventuele boetes, voorkomen.

Arbobudget thuiswerkplek vrijgesteld?

Arbobudget thuiswerkplek vrijgesteld?

13 aug

Een werkgever heeft in zijn arboplan opgenomen dat thuiswerken op een arboverantwoorde manier moet plaatsvinden. Iedere werknemer mag tot een bedrag van € 500 aan arbovoorzieningen voor thuis aanschaffen en declareren bij de werkgever. Is de vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing op de vergoeding?

Hierover heeft een kennisgroep van de Belastingdienst onlangs een standpunt gepubliceerd.

De werkgever is op grond van de Arbowet gehouden zorg te dragen voor arbovoorzieningen en de kosten voor zijn rekening te nemen. Als hoofdregel geldt daarom dat de vrijstelling niet kan worden toegepast als de werknemer een eigen bijdrage verschuldigd is.

De vrijstelling is van toepassing als de aangeschafte voorziening voldoet aan de arbowettelijke eisen en de vergoeding kostendekkend is. Als de vergoeding niet kostendekkend is, bijvoorbeeld omdat een deel van de kosten vanwege een overschrijding van het budget niet wordt uitbetaald, is de vrijstelling in beginsel niet van toepassing.

Dit is alleen anders als de werkgever aannemelijk kan maken dat de werknemer voor het gedeclareerde bedrag een goedkopere arbovoorziening met een vergelijkbare functionaliteit had kunnen kopen. In dat geval houdt de eigen bijdrage immers geen verband met de naleving van de arbowetgeving, maar ziet deze op het verschil tussen een voorziening die voldoet aan de specifieke richtlijnen voor plaatsonafhankelijke arbeid en een duurdere uitvoering hiervan. Het is dan enkel de persoonlijke keuze van de werknemer die ertoe leidt dat de gekozen arbovoorziening duurder is.

In een reeks van meerdere declaraties kan het zijn dat het totaalbedrag van de arbovoorzieningen meer bedraagt dan het budget dat door de werkgever ter beschikking is gesteld.

Voorbeeld
De werkgever stelt een bedrag van € 500 ter beschikking voor de aanschaf van arbovoorzieningen voor thuis. Een werknemer schaft aan: (1) een geschikte bureaustoel (€ 200), (2) een extra beeldscherm (€ 225) en (3) een noise-cancelling koptelefoon (€ 100) en declareert de kosten hiervan bij zijn werkgever.

  • Als de kosten van de verschillende arbovoorzieningen opeenvolgend worden gedeclareerd, is de vergoeding voor de bureaustoel en het beeldscherm gericht vrijgesteld. De vergoeding voor de koptelefoon is echter in beginsel belast, omdat de kosten van de koptelefoon – vanwege de budgetnorm - niet volledig voor rekening van de werkgever komen.
  • In het geval dat de verschillende kosten van de arbovoorzieningen gelijktijdig worden gedeclareerd, staat het de werkgever vrij om te kiezen aan welke voorziening de eigen bijdrage wordt toegerekend.

Als de werkgever aannemelijk kan maken dat de werknemer met bijvoorbeeld € 75 een koptelefoon met een vergelijkbare functionaliteit had kunnen kopen, is voor die voorziening geen sprake van een eigen bijdrage.

Let op: Een werkgever kan zijn verplichtingen op grond van de Arbowet niet nakomen door enkel een budget voor arbovoorzieningen toe te kennen aan zijn werknemers. Als de Arbowet hem verplicht tot het nemen van aanvullende maatregelen, is hij gehouden alle kosten hiervan voor zijn rekening te nemen.

Pensioen DGA gaat in: gevolg voor gebruikelijk loon

Pensioen DGA gaat in: gevolg voor gebruikelijk loon

9 aug

Veel DGA’s combineren ondernemerschap met een afbouwende carrière, bijvoorbeeld omdat zij richting pensioen gaan of minder uren in de onderneming werken. Toch blijft de wettelijke regeling voor het gebruikelijk loon van toepassing zolang werkzaamheden voor de eigen BV worden verricht. De rechter maakte onlangs weer duidelijk dat een lager loon goed moet worden onderbouwd.

Deze zaak betrof een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van meerdere vennootschappen. Hij verrichtte werkzaamheden voor zijn BV’s, maar hij gaf slechts een beperkt inkomen aan. Hij stelde dat een gebruikelijk loon van € 12.000 op jaarbasis passend was, omdat hij inmiddels met pensioen was en nog maar ongeveer één dag per maand werkzaamheden verrichtte.

De Belastingdienst was het daar niet mee eens en corrigeerde het inkomen. Volgens de Belastingdienst moest het wettelijke gebruikelijk loon worden toegepast. Dat was destijds € 47.000 (in 2026 is het normbedrag € 58.000). De DGA moest aannemelijk maken dat een lager loon passend was.

De rechter stelde vast dat de DGA onvoldoende concrete informatie had verstrekt over zijn werkzaamheden. Zo was niet duidelijk welke activiteiten hij precies verrichtte voor de verschillende vennootschappen, hoeveel tijd daarmee gemoeid was en waarom een lager loon zakelijk verdedigbaar zou zijn. Dat hij op leeftijd was en mogelijk minder uren werkte, vond de rechter onvoldoende. Ook deeltijdwerk betekent niet automatisch dat het gebruikelijk loon evenredig lager mag worden vastgesteld.

De rechter gaf daarom de Belastingdienst gelijk. De correctie van het gebruikelijk loon bleef in stand. Hierdoor werd het belastbare inkomen van de DGA verhoogd met ongeveer € 35.000.

Tip: Wilt u als DGA een lager gebruikelijk loon toepassen? Dan is een goede onderbouwing cruciaal. Leg bijvoorbeeld vast welke werkzaamheden u nog verricht, hoeveel tijd hiermee gemoeid is, welke vergelijkbare functies op de arbeidsmarkt bestaan en waarom een lager loon zakelijk verantwoord is. Alleen verwijzen naar leeftijd, pensioen of een beperkte inzet is onvoldoende. We adviseren u hier graag bij.

Meer vrijheid voor werknemer door modernisering concurrentiebeding

Meer vrijheid voor werknemer door modernisering concurrentiebeding

6 aug

Het kabinet past het concurrentiebeding aan. Het moet voor werknemers makkelijker worden om van baan te wisselen. Dit wordt nu te veel beperkt doordat te veel werknemers een concurrentiebeding hebben. Ook voor werkgevers is het daardoor moeilijker om personeel aan te trekken. Vandaar het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding. Wat zijn de hoofdlijnen?

Een concurrentiebeding is een afspraak voor werknemers die geldt als zij vertrekken naar een volgende baan. Zo kan een werknemer na het einde van het contract niet gelijk bij de concurrent aan de slag. Ook een relatiebeding dat verbiedt om te werken voor of bij relaties van de voormalige werkgever valt hieronder. Het doel van deze afspraken is om te voorkomen dat werknemers cruciale informatie meenemen die het bedrijf kunnen schaden, zoals bedrijfsgeheimen of klantgegevens.

Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van het concurrentiebeding is verdubbeld. Inmiddels heeft een derde van de werknemers ermee te maken. Vaak is hier geen reden voor, want veel van hen werken niet met bedrijfsgeheimen of klantgegevens. In die gevallen is het dus onterecht om een concurrentiebeding te gebruiken. Dit wordt vaak toch opgenomen door werkgevers om te voorkomen dat personeel naar de concurrent vertrekt. Dit belemmert de doorstroom op de arbeidsmarkt. 

De voorgestelde wet scherpt de bestaande regels voor het concurrentiebeding aan:

  • Een concurrentiebeding kan maximaal één jaar effect hebben na het einde van de arbeidsovereenkomst.
  • Het gebied waarin de werknemer niet mag werken vanwege het concurrentiebeding moet worden vermeld.
  • Het zwaarwegende bedrijfs-of dienstbelang voor een concurrentiebeding moet worden gemotiveerd voor alle arbeidsovereenkomsten (dus niet alleen voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten, zoals nu het geval is).
  • Een werkgever moet de werknemer een vergoeding betalen wanneer een beroep op het concurrentiebeding wordt gedaan.
  • De vergoeding bedraagt 50% van het laatstverdiende maandloon, voor elke maand dat het concurrentiebeding wordt ingeroepen. Wordt het beding bijvoorbeeld voor zes maanden ingeroepen, dan heeft de werknemer recht op een vergoeding van drie maanden loon.

Het streven is om het wetsvoorstel eind 2026 aan te bieden aan de Tweede Kamer.

Tip: Loop in de komende periode uw arbeidsovereenkomsten al vast na en breng de wijzigingen in kaart die het wetsvoorstel met zich meebrengt.

Gebruikelijk loon zieke DGA

Gebruikelijk loon zieke DGA

1 aug

De man van een eigenares van een schoonheidssalon richt een holding en een werkmaatschappij op en neemt de schoonheidssalon, inmiddels failliet, over. Hij  heeft in de BV slechts een adviserende en coachende rol. Maar hij correspondeert wel namens de BV met de Belastingdienst. De echtgenote ontvangt uit de BV een salaris van € 26.500. Kort na de overname wordt de man ernstig ziek. De Belastingdienst legt hem een aanslag op met een gebruikelijk loon  van € 26.500. Hoe oordeelt de rechter?

Standpunt man
De man stelt dat hij vanwege medische redenen geen feitelijke werkzaamheden heeft verricht voor de BV, zodat niet aan de vereisten voor gebruikelijk loon is voldaan. De werkzaamheden die hij wel heeft verricht, zijn geschied op arbeidstherapeutische basis. Verder betoogt hij dat van een lager gebruikelijk loon moet worden uitgegaan.

Overwegingen rechter
Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft, wordt het van dat lichaam genoten loon (het gebruikelijke loon) ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van het lichaam;
  • € 45.000 (Destijds! In 2026: € 58.000).

Vaststaat dat de man een aanmerkelijk belang heeft in BV en dat de echtgenote de meestverdienende werknemer van de BV is met een jaarloon van € 26.500. Daarom heeft de Belastingdienst het gebruikelijk loon van de man gesteld op € 26.500.

De man betoogt dat hij geen arbeid heeft verricht voor de BV en dat daarom de gebruikelijkloonregeling geen toepassing vindt. Gelet op deze betwisting dient de Belastingdienst te bewijzen dat de man wel arbeid voor de BV heeft verricht. Dat is geslaagd: de man heeft namelijk met de Belastingdienst gecorrespondeerd over fiscale zaken en dus administratieve werkzaamheden verricht, hoe gering ook. Verklaringen van de huisarts en echtgenote over de gezondheidstoestand van de man doen er niet aan af dat hij deze werkzaamheden heeft verricht, zodat deze verklaringen het bewijs niet aantasten.

Vervolgens mag de man bewijzen dat ter zake van de meest vergelijkbare dienstbetrekking waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt, in het economische verkeer een lager loon gebruikelijk is. Met de enkele verwijzing naar de verklaringen van de huisarts en zijn echtgenote is de man niet in deze bewijslast geslaagd. Anders dan hij stelt, kan uit deze verklaringen bovendien niet worden afgeleid dat hij om medische redenen slechts tot arbeidstherapeutische werkzaamheden in staat is waarmee geen loon kan worden genoten.

Slotsom
Het gelijk is aan de Belastingdienst. De aanslag  is terecht opgelegd.

Let op: De wettelijke regeling rond het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder bevat een bewijsvolgorde. Deze dient serieus te worden genomen, zo blijkt ook weer uit deze uitspraak.

Neem nu contact met ons op en ontvang als nieuwe cliënt vier uur gratis business coaching

ter waarde van 1.000 euro

Klik hier en claim direct jouw sessies

Over NEW Financials

Wij ondernemen samen met jou als ondernemer. Doordat wij zorgdragen voor jouw financiële, fiscale en HR zaken, kun jij je richten op de dingen waar je goed in bent en die geld opleveren.

Waarom wij?

  • Innovatief - Flexibel - Informeel
  • Persoonlijke en betrokken aanpak
  • Zeer scherpe, transparante prijs
  • Effectieve coaching en mentoring
  • Wij begrijpen jou als ondernemer

Contactinformatie

NEW Financials
Gerrit van der Veenstraat 112-HS
1077 EN Amsterdam
tel: 020 442 1170

info@newfinancials.nl

New Financials © 2016

  • Disclaimer
  • Cookie statement
  • Sitemap
  • Algemene voorwaarden
Site by eResults
  • Home
  • Diensten
    • Online boekhouding
    • Belastingaangiften
    • Salarisadministratie
    • Jaarrekeningen
    • Basisadministratie
    • Starterspakket MKB
    • Financiële rapportages
    • Werken bij jou op locatie
  • Abonnementen
    • Brons
    • Zilver
    • Goud
    • Platinum
  • Over ons
  • Nieuws
  • Contact
  • Jouw dashboard